



Dat de praktijk dichterbij is dan misschien gedacht, bewijst de vanuit het project ontwikkelde software. Bewust is niet een totaal softwarepakket gemaakt, dat alle functionaliteit zou afdekken voor het virtuele geheel. Dat is namelijk niet nodig, omdat met moderne technieken verschillende kleinere softwarecomponenten op elkaar aangesloten kunnen worden om zo alsnog een virtueel geheel te kunnen vormen. ICT-deskundigen spreken van een SOA-architectuur. Die komt erop neer dat elke component zelfstandig een afgebakende hoeveelheid functionaliteit omvat en via standaarden (bij voorkeur via webservices) aan elkaar geknoopt kan worden. De componenten kunnen vanuit één bepaalde plek op het Internet werken, maar kunnen ook vanuit diverse locaties komen. Meestal is er een mix van lokaal draaiende webapplicaties en centrale functionaliteit.
In het project zijn er zo 3 softwarecomponenten ontwikkeld. Het zijn modules die in een willekeurige website te integreren zijn of ervan uit zijn aan te roepen. Het gaat om een module om Commentaar te laten toevoegen door gebruikers, een Tagging-module om trefwoorden te laten toevoegen, en een Transcriptiemodule. Deze modules zijn ontwikkeld in samenwerking met het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) en het Drents Archief. In een demonstratie omgeving zijn ze operationeel gemaakt en groepen eindgebruikers hebben ermee kunnen werken. Uit de reacties bleek dat dit soort functionaliteit ook bij gebruikers van erfgoedsites in goede aarde valt. Natuurlijk is ook rekening gehouden met het beheer ervan binnen de archiefinstelling, zowel op technisch vlak, als het beheer van de "user generated content". Zo kan een beheerder bepaalde gebruikersgroepen autorisatie geven, ingevoerde data controleren en ordenen en de module naar eigen inzicht vormgeven en een plek binnen de site van het archief.
Deze software is zoveel mogelijk ontwikkeld op basis van de open source gedachte. Deze open source componenten zijn daarom voor alle erfgoedinstellingen gratis beschikbaar. De doorontwikkeling kan door eenieder worden opgepakt. Zo hebben enkele archiefinstellingen (waaronder het Brabants Historisch Informatie Centrum, het Nationaal Archief en het Stadsarchief Breda) al het plan opgevat om de Commentaar – en Tagging module door te ontwikkelen. Hierover zal in de komende tijd meer informatie volgen. Contactpersoon is: Christian van der Ven van het Brabants Historisch Informatie Centrum, info@bhic.nl
In september jl. zijn de resultaten van het project (Geven en Nemen, de softwaremodules) besproken in een expertmeeting. Geïnteresseerd? Lees dan de blog van Christian van der Ven:
Gebleken is dat met relatieve eenvoud componenten te maken zijn die de samenwerking in een virtueel geheel faciliteren. De door ons opgeleverde softwaremodules zijn de eerste bouwstenen waarmee uw ICT-afdeling zelf aan de slag kan gaan. We hebben getracht een bruikbare basis aan te bieden die met voldoende documentatie zelfstandig kan worden gebruikt. U kunt de uitdaging aangaan om hierop voort te borduren!
Met deze modules kan eenvoudig een functionaliteit in uw al bestaande webomgeving gebouwd worden, waardoor bijvoorbeeld verhalen of foto's van trefwoorden en/of commentaar zijn te voorzien en ook te doorzoeken.
Deze twee modules zijn door Q42 in samenwerking met het Brabants Historisch Informatie Centrum ontwikkeld en omdat ze vergelijkbare functionaliteit bezitten zijn ze beide tegelijk in de testomgeving van het BHIC geïmplementeerd. U kunt de module bekijken en uitproberen in hun omgeving:
De modules zijn in iedere lay-out te gebruiken, ze worden eenvoudig door slechts een klein stukje code in uw eigen webomgeving geïntegreerd. Met behulp van het CSS kunnen webmasters zelf de lay-out moeiteloos aanpassen.
De modules zijn zo gemaakt dat ze instant te gebruiken zijn. De data die gegenereerd wordt door bezoekers die tags of commentaar achterlaten worden centraal op het subdomein van de taskforce archieven opgeslagen. De webmaster van uw archief kan na registratie hier de website aanmelden en door middel van knippen en plakken van de aangegeven code de modules in de website inbouwen. Vervolgens kan de data op deze plek ook beheerd worden.
Het adres van de instant modules op de site van Taskforce Archieven is: http://instant.taskforce-archieven.nl/
Na inloggen verschijnt de handleiding met de te kopiëren code.
De modules zijn gebouwd met behulp van ASP.NET 2.0, C#, JavaScript, HTML en CSS. Er wordt gebruik gemaakt van een MySQL 5 database. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de JavaScript library MooTools.
Mocht u de modules zelf willen beheren in uw eigen database of misschien zelfs verder willen ontwikkelen, dan kunt u het zip-bestand met de broncode hier downloaden.
De documentatie is bijgeleverd en ook hier in het menu rechts alvast te downloaden.
Zoals aangegeven is een aantal archiefinstellingen van plan om de Commentaar en Tagging modules verder te ontwikkelen. Contactpersoon daarbij is Christian van der Ven van het Brabants Historisch Informatie Centrum, info@bhic.nl
Wilt u, als u eventueel ook plannen hebt om de modules verder te ontwikkelen, dit aan de STAP doorgeven? Contactpersoon is Roelof Hol, secretaris/directeur STAP, roelof.hol@nationaalarchief.nl (p/a Postbus 90520, 2509 LM Den Haag, telefoon 070 – 3315423).
Op deze manier is er steeds op één centraal punt, namelijk bij de STAP, een actueel beeld van ontwikkelactiviteiten. Uiteraard is het uitgangspunt dat de aldus doorontwikkelde software modules ook weer vrijelijk ter beschikking gesteld worden via de STAP aan de archiefsector.
De transcriptiemodule bleek, vanwege praktische beperkingen in de doorlooptijd van het project, niet geheel op basis van open source ontwikkeld te kunnen worden. Op dit moment vindt nog overleg met het betrokken ICT bedrijf plaats over welke elementen wel en niet vrijelijk beschikbaar gesteld worden. Nadere informatie hierover volgt.